Recent Posts
Featured Posts

2 8 3 4. Een minibundel (van 2834 tekens).


“I think it would be well, and proper, and obedient, and pure, to grasp your one necessity and not let it go, to dangle from it limp wherever it takes you.”

Annie Dillard


E é n. Wandelen is beter (1)

Wandelen is beter dan wachten tot er iets gebeurt. Er staat een fluoriscerende man op mijn pad. Wij werken door, mevrouwtje. Voor u is het afslaan of terug. Binnensmonds een vloek uiten. Niettemin het mij totaal onbekende Broeckstraatje inslaan en dan een bos zien opdoemen. Deze nacht hoorde ik een wolf huilen. Dat was een hond, suste de nuchtere veteraan, maar voor mij bleef het een wolf. Gelukkig staan er beschaafde knooppuntbordjes. Het verharde bospad is lang en recht. Jonge bomen verheffen zich aan weerszijden ervan, met blaadjes zo groen als vers geleverde basilicum uit de Colruyt. Typisch lente. Het licht is bijna zomers en de wind ook.


T w e e. Stekelbaarseters

Er naderen er twee jongens met helblond haar. Ze rijden naast elkaar en wijken niet uit. Nonchalant walsen ze mijn perimeter binnen. Ik kan ze ruiken en verstaan. ‘Was de vis lekker?’ vraagt de grote jongen. ‘Het was van die witte,’ zegt de kleine. Hij trapt stevig door. ‘Stekelbaars,’ besluit hij. Ik lach zachtjes in mijn elleboog en begin onmiddellijk te houden van teder ernstige stekelbaarseters, en van alles wat ik zie.


D r i e. Perimeterstress

Steeds hou ik zo goed mogelijk anderhalve meter afstand aan, twee meter als het kan. Toch proef ik rook, ruik Zwitsal en talkpoeder, parfum, en zelfs kroketten. Dat klopt niet voor mij, want het is dinsdag. En als ik de mensen kan ruiken, kan ik 'het' dan krijgen van ze? Ik vraag me af of ik dat erg zou vinden. Ik besluit discreet van niet. Ik zal deemoedig in mijn bed liggen tot het over is, en daarna in geen tien maand mijn handen nog wassen. Was ik een man, dan vierde ik mijn immuniteit met een meterslange luizenbaard. Hoe ik het als vrouw moet vieren weet ik niet.


V i e r. Hier (1).

Netels met witte bloemen en paarse koppen. Achtpuntige gele sterren verscholen in de laagte. Zes afgevallen wilgenkatjes op het warme zand, grijszacht als molletjes, of pluizige muisjes. Doodgerust. Het is hier goed.


V i j f. Wandelen is beter (2)

Ik zie een oude man. Wat een mooie hond hebt u daar? Welk merk is het? Honden hebben geen merk, ze hebben een ras. En het is geen hond. Het is een wolf.


Z e s. Hier (2)

Het jaagpad is van iedereen. Dat is niet meer dan billijk. Een renner mikt mij niettemin

de berm in. Ik blijf daar, tussen de netels, de piesbloemen en de kippenmuur. Geen van de schoolvriendjes is gebleven. Ze haastten zich weg in alle richtingen en zitten nu opgehokt in Gent, Brussel, Nieuwpoort, Oslo, Texas. Hier is een straat, een kasteel, een lommerrijke laan, een dijk, een brug. Water stroomt onder mijn blije voeten de Schelde binnen. Een reiger schrikt op en zeilt weg over het water. De zon schijnt scherp, augustusachtig. O! Zo dichtbij huis te mogen lopen op een onbekende plek, langs eeuwig glinsterend water.



Archive
Search By Tags